
Graag uw opmerkingen en andere interessante informatie. Bezoek ons Forum.
De inwoners van Burcht hebben/hadden een kwalijke reputatie. Nuance: sommige. Deze reputatie werd alle eer aangedaan in een artikel verschenen op bladzijde 6 in de Gazet van Antwerpen van woensdag 15 juni 1938 onder de titel “Nachtelijke jacht op rivierschuimers te Burcht. Homerische strijd tusschen Politie en rivierschuimers”. Het artikel werd in die mate belangrijk gevonden dat het verscheen met een foto van het toenmalige politiekorps.
We geven hieronder een verkorte versie van het journalistenverslag.
Politiecommissaris Claes wenste klaarblijkelijk orde op zaken zetten. Hij had duidelijk weet van rivierschuimers “een gevaarlijk volkje, dat voor niets terugdeinst, als het er op aankomt”. Hij vermoedde dat wegens de komende kermis in Zwijndrecht sommige Burchtenaren geld nodig hadden om dit uitvoerig te vieren. Daarom legde hij een hinderlaag op zaterdag 11 juni. Het werd vloed vanaf 22 uur en hij plaatste een agent op de uitkijk. Die zag inderdaad dat iets na 22 uur 4 roeibootjes met 7 man tegen de stroom in naar Antwerpen voeren. De politiecommissaris kon nu de rest van zijn plan uitvoeren. Hij had nog tijd, want ze zouden pas terugkeren op het einde van het hoogtij, als de stroming de bootjes bijna automatisch naar Burcht zou brengen. Hij verschool zichzelf en zijn twee agenten op de dijk, zo’n 500 meter van elkaar verwijderd.
Wachten… tot omstreeks 3 uur. Een bootje bemand door 2 personen en geladen met kolen naderde de oever. Een van hen klom uit de boot de dijk op, waar hij werd gearresteerd. Zijn kompaan vluchtte richting Kruibeke. Men herkende hen onmiddellijk, het waren twee broers gekend bij de politie.
Tien minuten later kwam een tweede bootje met 2 man aangevaren. Een van hen kon gearresteerd worden, maar de tweede verzette zich. Aangezien het bootje al gedeeltelijk was aangemeerd, trokken zowel een agent als een roeier aan het touw. De commissaris loste enkele schoten, maar dat maakte geen indruk. De tweede ingezetene won het pleit en roeide richting Hoboken.
De derde boot was gealarmeerd door de heibel en de enige roeier in die boot vluchtte richting Hoboken. Ook de vierde boot rook onraad en richtte zijn steven terug naar het midden van de Schelde.
Commissaris Claes verwittigde de gendarmerie van Hoboken en begaf zich ook ter plaatse. Het is onduidelijk hoe de commissaris de rechteroever bereikte. Het Burchtse korps beschikte alvast over geen dienstwagen. Dus wellicht reed de commissaris met zijn fiets via de voetgangerstunnel naar Hoboken. Aan de plaat van Hoboken zagen ze 3 van de 4 boten liggen. De ochtendschemering zorgde ervoor dat ze elkaar goed zagen. De roeiers werden gemaand om aan land te komen. Dat weigerden ze en ze beloofden naar Burcht terug te keren. Inderdaad, één van de boten voer naar Burcht, de twee anderen naar Kruibeke. Men zag hoe de roeiers hun buit, zakken kolen, dumpten in de Schelde.
De procureur des konings werd op de hoogte gebracht en ook de waterschout werd ingeschakeld om verdere onderzoeksdaden te stellen. Er werd vastgesteld dat uit het ruim van het schip Fluviale, aangemeerd aan de palen van Antwerpen West (Linkeroever), bijna 5 ton kolen was verdwenen. Men had niets gemerkt omdat het schip op dat moment zwaar geladen was.
Vooralsnog werd niemand gearresteerd. De vermoedelijke daders waren gevlucht naar Antwerpen. Men kende de daders. Ze zouden vroeg of laat terugkeren en dan zouden ze ondervraagd worden en …
De journalist van dienst sluit zijn verslag af: “We willen dit relaas niet sluiten zonder hulde te brengen aan politiecommissaris Claes en zijn wakkere agenten Goossens en Schelfhout. Knap werk werd hier verricht, dat hun ter eere strekt.”.
Politiecommisaris Claes van Burcht met zijn twee agenten Goossens en Schelfhout
We vernemen verder niets over deze zaak.
Wie meer verhalen kent over de reputatie van de Burchtse inwoners, kan steeds terecht op ons Forum of contact opnemen met de heemkundige kring via
Tekst: Dirk Verelst
Bron: Dit artikel is gebaseerd op het genoemde artikel uit de Gazet van Antwerpen, 15 juni 1938. Het artikel werd digitaal geraadpleegd via www.belgicapress.be.